Kinderbekkenfysiotherapie

Informatie voor kinderen

Je kunt problemen hebben met:

  • Nat bed
  • Plasongelukjes
  • Heel vaak plassen
  • Blaasontstekingen
  • Poepongelukjes
  • Niet kunnen poepen
  • Buikpijn

De kinderbekkenfysiotherapeut (kbf) kan je hier bij helpen.

De kbf vraagt aan jou en je papa of mama van alles over jouw problemen met plassen en/of poepen of je pijn hebt of dat er plas- of poepongelukjes voorkomen. De kbf wil verder weten of je goed eet en drinkt. Als je goed en genoeg eet en drinkt werkt de plas en poepfabriek in je buik beter.

De kbf onderzoekt hoe het komt dat je een probleem hebt met plassen en/of poepen. Er wordt gekeken of je goed kan bewegen. Om goed te bewegen gebruik je spieren. Er is ook een spier die er voor zorgt dat je je plas en poep kunt ophouden. Dat is je bekkenbodemspier.

Deze spier kun je niet zien, maar hij is de baas over je plas en poepgaatje. Deze spier lijkt een beetje op een deurtje. Je kunt hem open en dicht doen. Bij het onderzoek kijkt de kbf of jij dit kan. Als de deur open is kun je plassen en/of poepen, als de deur dicht is houd je de plas en/of poep op.

De poepfabriek

Door te eten wordt er poep gemaakt in je darmen. Deze poep komt er bij je poepgaatje uit. Soms is het heel moeilijk om je poep op te houden en komen er wel eens vegen of kleine stukje poep in je onderbroek. Soms is het moeilijk om te kunnen poepen. Als je het te lang op houdt of te weinig naar de wc gaat, komt er teveel poep in je darmen. Je kunt dan hele grote, harde en dikke poep krijgen. Je kunt buikpijn krijgen en pijn bij poepen.

De plasfabriek

Als je drinkt wordt er plas gemaakt. Ongeveer 6-8 glazen per dag drinken is genoeg. Normaal plas je 5-7 keer per dag. Je kunt plas verliezen, je kunt pijn hebben bij het plassen, je kunt moeite hebben met het plassen, je kunt je plas te lang ophouden. De plas- en poepfabriek werken met elkaar samen. Als de poepfabriek niet goed werkt, kan dat ook plasproblemen geven.

WC

Om goed te kunnen poepen en plassen is het belangrijk dat je de tijd neemt en dat je op de goede manier op de wc zit.

Oefenen

Je komt bij de kbf om beter te leren plassen en/of poepen. Soms werken de bekkenbodemspieren te hard, soms weet je niet goed hoe je ze kunt gebruiken. Ook krijg je oefeningen voor thuis. Dit huiswerk is belangrijk zodat je goed leert om een echte plas- of poepkampioen te worden. Bedenk dat je echt niet de enige bent met dit probleem. Je kunt geholpen worden als je dat wilt en er hard voor werkt.

Informatie voor ouders

Intake en onderzoek

Wanneer u bij de kbf komt zal er eerst een gesprek zijn samen met u en uw kind. Hier wordt de hulpvraag geïnventariseerd en krijgt u vragen over het plassen, poepen, toilethouding, het eten en drinken van uw kind en enkele vragen over zijn/haar complete ontwikkeling en functioneren. Deze vragen zijn van belang om duidelijkheid te krijgen over het probleem en om te kunnen beoordelen welke therapie uw kind nodig heeft.

Na het intakegesprek zal er een lichamelijk onderzoek gedaan worden. Hier wordt gekeken naar de algemene motoriek van uw kind, zoals het lopen, rennen, springen, hinkelen, huppelen etc. Dit is nodig om te zien op welke manier hij/zij beweegt en om een inschatting te maken van zijn/haar mogelijkheden om de bekkenbodemspieren te kunnen aan- en ontspannen. Verder zal er onderzoek zijn gericht op de bekkenbodemspieren.

Bekkenbodemspieren

De bekkenbodemspieren spelen onder andere een belangrijke rol bij het plassen en poepen. Normaal gesproken zijn deze spieren ontspannen. Zij moeten kunnen aanspannen wanneer er plas of poep opgehouden moet worden en weer volledig kunnen ontspannen wanneer er geplast en gepoept wordt. Bij kinderen met plas- en poepproblemen werken de bekkenbodemspieren vaak te hard en zullen ze vooral moeten leren deze te ontspannen.

Behandeling

Aan de hand van de intake en het onderzoek wordt beoordeeld of kinderbekkenfysiotherapie zinvol kan zijn. Er wordt samen met u en uw kind een behandelplan gemaakt. De therapie bij kinderen met plas – en/of ontlastingsproblemen kan bestaan uit:

  • Uitleg over het ontstaan en de mogelijke oorzaak van de klacht
  • Voorlichting: met behulp van leuk en overzichtelijk plaatmateriaal krijgt het kind inzicht in zijn of haar plas / poepprobleem.
  • Aanleren van juist toiletgedrag / toiletritme / toilethouding
  • Algemene adviezen ten aanzien van het drinken en eten
  • Oefentherapie gericht op:
    • Algemeen lichaamsgevoel en beweging
    • Bewustzijn en functie van de bekkenbodemspieren
    • Verbeteren van plas- en ontlastingstechniek
    • Adequaat reageren op aandrang en het vergroten van blaascapaciteit
    • Ontspannen ademhaling
    • Ontspanning algemeen

    De oefeningen moeten met grote regelmaat herhaald worden om een zo goed mogelijk resultaat te behalen. Ook thuis moet geoefend worden. De therapie vraagt dus veel inzet van u en uw kind. Hoe consequenter en regelmatiger er geoefend wordt des te groter is de kans op verbetering / herstel.

 

Informatie voor verwijzers

Kinderen met mictie- en/of defecatiestoornissen, enuresis of chronische buikpijnklachten kunnen baat hebben bij interventie van een kinderbekkenfysiotherapeut (kbf).

Indicaties voor kinderbekkenfysiotherapie

  • Urine incontinentie ( van druppelverlies tot verlies van volledige plas)
  • Overactiviteit van de blaas met aandrangincontinentie en hoge mictiefrequentie
  • Urineweginfecties ( mogelijk op basis van disfunctioneel plassen)
  • Enuresis
  • Fecale incontinentie
  • Obstipatie
  • Chronische buikpijn zonder aantoonbare oorzaak
  • Angst om te ontlasten of te plassen
  • Problemen op gebied van seksualiteit (adolescenten)

Wat doet de kinderbekkenfysiotherapeut?

Om tot een goede kinderbekkenfysiotherapeutische diagnose te komen wordt een specifieke anamnese afgenomen.

Deze is gericht op mictie, defecatie, voeding en vochtintake, toilethouding en een algemeen gedeelte betreffende de ontwikkeling en het welbevinden van het kind. Hiermee wordt de hulpvraag in kaart gebracht.

Bij het onderzoek wordt een beeld gevormd van het algemeen motorisch functioneren en het functioneren van de bekkenbodemspieren.

Om goed te kunnen beoordelen hoe het kind de bekkenbodemspieren gebruikt is soms een inwendig onderzoek nodig. Dit wordt met de uiterste zorgvuldigheid toegepast en alleen na uitgebreide voorlichting en met toestemming van ouders en kind. Mocht het kind extreem angstig zijn dan is inwendig onderzoeken en behandelen niet mogelijk. Tevens wordt gebruik gemaakt van plas- en poepdagboeken om de gegevens uit de anamnese te objectiveren.

Naar aanleiding van de intake wordt beoordeeld of kinderbekkenfysiotherapie geïndiceerd is. Als het nodig is, wordt contact opgenomen met de huisarts.

De behandeling

De therapie bij kinderen met mictie en/of defecatieproblemen bestaat uit:

  • Voorlichting: Met behulp van leuk en overzichtelijk plaatmateriaal krijgt het kind inzicht in zijn of haar plas / poepprobleem.
  • Toiletgedrag / toiletregime: houding, techniek
  • Advisering van een normale intake van vocht en voeding
  • Demystificatie
  • Oefentherapie gericht op:
    • Algemeen lichaamsgevoel
    • Gevoel en functie van de bekkenbodem
    • Ademhaling
    • Ontspanning
    • Vergroten blaascapaciteit

    De behandeling kan worden ondersteund door myofeedback of functionele elektrostimulatie.

Indien u meer informatie nodig heeft, kunt u contact opnemen met

Marleen Wenders, bekkenfysiotherapeut MSPT, kinderbekkenfysiotherapeut i.o.

Therapeutisch Centrum Varsseveld

mwenders@therapievarsseveld.nl
tel: 0315-230015